Gewoon meedoen

Zoals ik al in een eerder blog schreef is mij met de paplepel ingegoten dat alles mogelijk is. Als je maar je best doet.

Dat dat niet waar is, weet ik pas echt sinds de komst van mijn 2 kinderen en mijn eigen “ziekzijn”. Ik weet nu door schade en schande dat het leven niet maakbaar is. Wel kun je proberen er het beste van te maken. En laat dat laatste nou net het motto of de rode draad zijn van de opvoeding van mijn 2 jongens voor wat betreft hun ontwikkeling!

We kiezen er voor, in alles wat we de jongens laten doen, dat ze zoveel mogelijk “gewoon” mee mogen doen in de “normale” maatschappij; tenzij het echt niet gaat of het echt niet kan. Maar om dat met een kind met een beperking te realiseren is toch nog niet zo vanzelfsprekend als dat wij zouden willen! Bij jongste is het vaak nog een tikkie lastiger dan bij oudste om gewoon mee te mogen doen. Dit omdat je bij jongste direct ziet dat hij een beperking heeft. Dat kan afschrikken en allerlei horrorscenario’s bedacht vanuit vooroordelen oproepen. Oudste kan zijn beperking in de meeste gevallen verborgen houden, wat achteraf weer niet handig blijkt te zijn, omdat hij toch echt extra hulp nodig heeft.

Nadat jongste geboren was, was het, los van het medische gebeuren, uiteraard nodig om de instanties in te lichten in verband met zijn geboorte. Het doorgeven van de geboorte was ook van belang voor o.a. de kinderopvanginstantie waar we jongste 2 dagen per week naar toe wilden laten gaan na mijn bevallingsverlof. Toen bleek eigenlijk voor het eerst dat niets meer vanzelfsprekend zou zijn. Ik gaf zijn geboortedatum en naam door en toen ik tussen neus en lippen door vermeldde dat hij downsyndroom had, werd de intakedame aan de andere kant van de lijn stil. De medewerkster gaf aan dat dit toch wel uitzonderlijk was en dat er minimaal een verklaring van de huisarts aan te pas moest komen om te kunnen beoordelen of jongste welkom kon worden geheten bij de kinderopvang.  Er moest eerst gekeken worden of de leidsters op de groep wel de hulp konden bieden die mijn baby nodig had.

En toen bleek dat hij naast zijn verstandelijke beperking eigenlijk kerngezond was, toen mocht hij komen. En hij is jarenlang zeer welkom gebleven. Gewoon omdat iedereen er toe doet en er mag zijn, althans dat vond de kinderopvanginstantie.

Die eerste keer van niet vanzelfsprekendheid vergeet ik nooit meer omdat de onzekerheid die het met zich meebracht mij enorm veel spanning gaf. Want hoe zou het verder moeten als ik geen plekje op de kinderopvang kon krijgen? Alles was al zo onzeker en dit kon ik er niet bij hebben.  Vanaf toen wist ik, dat dit gewoon veel vaker zou gaan gebeuren. Niets zal voor hem, en dus voor ons, vanzelfsprekend zijn. We zullen altijd een tandje bij moeten zetten. Logisch natuurlijk, zul je denken, maar ik moest vooral wennen aan dat idee. Het was onderdeel van de rouw die ik doormaakte van het niet hebben van een “gewoon” kind.

Met de keuze voor de school ging het hetzelfde. Het was niet vanzelfsprekend dat hij gewoon instroomde na aanmelding bij de school maar een gesprekje of twee verder leek mijn zoon toch gewoon geschikt om te gaan beginnen op school en was hij van harte welkom. En dit is hij, na 5 schooljaren, nog steeds.

En zo vergaat het ons eigenlijk met een heleboel zaken die uiteindelijk, tot nu toe, allemaal goed uitpakken. Mijn kind mag over het algemeen met wat hulp van buiten en wat extra aandacht gewoon meedoen aan reguliere activiteiten.  Dat geeft ons het gevoel dat hij er bij hoort maar ook dat wij als ouders mee mogen doen. En daar waar het niet gaat, waar het niet vanzelfsprekend is, daar komen we er met maatwerkafspraken wel uit of wordt er een speciaal traject voor hem uitgezet zoals bijvoorbeeld bij het leren zwemmen.

Als ik denk aan de toekomst van jongste dan krijg ik het soms op voorhand wel een beetje benauwd. Want hoe groter mijn kind wordt hoe groter zijn stappen in zijn ontwikkeling zullen zijn. En ik vraag me af: zal hij straks naar de reguliere middelbare school mogen gaan? Zal hij straks (semi) zelfstandig kunnen gaan wonen? En als hij zijn school heeft afgerond, wat zal hij dan de hele dag gaan doen? Zal hij kunnen en mogen gaan werken? Zal hij iets meer mogen gaan doen dan heel monotoon knijpers in elkaar zetten? Zal hij bijvoorbeeld in de dynamiek van een supermarkt of restaurant kunnen gaan werken? Zullen ze hem willen en zo ja gaan ze het ook met hem redden? Gaat hij het daar redden?

Wij gaan gewoon zoals altijd weer samen de gesprekken aan. Met potentiële werkgevers gaan we kijken naar wat onze jongen kan en mag gaan doen. En stiekem zijn we daar nu al een beetje mee bezig. Jongste heeft zelfs al gevraagd of hij stage mag lopen bij de bibliotheek Eindhoven. Hij komt daar bijna elke zondag en voelt zich er thuis en gezien.

Ze gaan er serieus over nadenken…..

Ook ligt er nog een aanbod van de Albert Heijn bij ons om de hoek om een middagje mee te lopen op de verschillende afdelingen. Albert Heijn wil namelijk zoveel mogelijk mensen mee laten doen in de maatschappij en wil iedereen een kans geven. Ook al zeggen critici dat AH het alleen doet voor de loonkostensubsidie, al die kleine gebaren richting mijn zoon maken mij nu al zo blij. Ik krijg er hoop van, hoop op een toekomst waarin jongste  gewoon lekker kan werken en waarin hij zijn talenten zal kunnen benutten.

Ik zal de gelukkigste moeder ter wereld zijn als hij, net als vele andere mensen met een arbeidsbeperking, een kans krijgt bij bijvoorbeeld Albert Heijn.  Of het nou is als vakkenvuller, vlogger of achter de kassa, ik zal zo trots als een pauw zijn op mijn zoon. Net als andere ouders dat zijn op hun kinderen.

Wij doen allemaal gewoon mee!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s