Naar de kapper

In de “grotemensenwereld” is een aantal zaken behoorlijk vanzelfsprekend. En 1 van die vanzelfsprekende zaken is het onderhoud van je eigen lijf en uiterlijk. Zo poetst de gemiddelde mens zijn of haar tanden minimaal 2 keer per dag. Voor het meer specialistische onderhoud van je gebit ga je minimaal jaarlijks naar de tandarts of naar de mondhygiënist. Daarnaast was en kam je je haar, je doet er misschien zelfs een beetje gel in en je zorgt ervoor dat je kleding netjes en verzorgd is. De 1 doet er iets meer aan dan de ander en er zijn zelfs mensen die er in doorslaan omdat ze geobsedeerd zijn door hun uiterlijk, maar de meeste mensen houden het bij “gewoon verzorgen”. Gewoon omdat het nodig is voor het behoud van je lijf en je hygiëne.

Toch is dat voor een aantal mensen in onze maatschappij helemaal niet zo vanzelfsprekend. Alles bijhouden is namelijk best veel werk en voor mensen met een beperking of met andere uitdagingen kan de persoonlijke hygiëne en het periodieke onderhoud van de lichamelijke functies een ware last zijn. Die er dus ook nog eens, bovenop de problemen die zij zo al in het gewone leven ervaren, bij komt.

Het kan een last zijn omdat het je aan geld ontbreekt om daar allemaal voor te zorgen maar het kan ook een last zijn omdat je in je leven qua energie eerst andere prioriteiten hebt voordat je aan dat soort taken toekomt. Het is dan bij wijze van spreken belangrijker dat er gegeten wordt en dat dat lukt dan dat er na de maaltijd de tanden worden gepoetst. Ook kan het zijn dat juist die voorgenoemde taken angst in boezemen. Dat laatste zie je vaker bij mensen met een beperking en ik zie dat ook bij jongste.  Voor onze jongste is het vaak helemaal niet vanzelfsprekend om ze uit te voeren omdat ze doodeng zijn. En dus gaat het uitvoeren van deze taken al zijn hele leven lang met veel strijd gepaard.

Om een voorbeeld te noemen: alles wat je aan zijn lijfje doet geeft meteen een extreme overprikkeling wat hem weer veel angst geeft. En hij weet niet vanuit zichzelf hoe daar mee om te gaan. Veel kinderen zijn in hun eerste levensjaren bang voor bijvoorbeeld haren wassen en nagels knippen maar bij jongste blijft deze angst, door die overprikkeling, veel langer hangen en die kan maar moeilijk worden doorbroken. Zo hebben we pas sinds kort weten te bereiken dat hij zijn nagels laat knippen, zijn tanden goed (laat) poetsen en dat hij naar de tandarts gaat. Dat laatste had nogal wat voeten in aarde. De eerste keer dat we hem meenamen naar de tandarts om alleen maar tanden te laten tellen, en dat is nu al een paar jaar geleden, schopte en duwde hij de tandarts met zoveel geweld van zich af dat we er samen met de tandarts enorm van schrokken. Ook de tweede poging verliep helaas op dezelfde manier waarop de tandarts aangaf dit toch niet te zien zitten. We bezonnen ons op een oplossing die zo normaal mogelijk was. Je kunt een kind met downsyndroom namelijk wel onder algehele narcose een controlebeurt laten ondergaan maar dat ging ons voor nu een beetje te ver.

De oplossing voor het naar de tandarts gaan lag in een simpel handpoppenspel. Elke week komt er voor jongste een ambulant begeleidster aan huis die bij jongste nieuwe vaardigheden inleert en inslijt. Dat doet ze onder andere dus door situaties na of voor te spelen met handpoppen. Na een paar maanden de tandarts in het spel te hebben geïntegreerd ging het, toen we een laatste poging waagden,  plotseling wel goed bij de tandarts! Jongste vroeg zelfs na het tanden tellen of de tandarts nog moest boren…..

Die angst was dus overwonnen en dat smaakte naar meer. We gingen op weg naar de volgende overwinning: het haren knippen bij een echte kapper. Al jaren knip ik zelf het haar van jongste omdat hij het op een gillen zet zodra we maar de drempel van een kapperszaak overgaan. Maar na zo’n “hobby-knipbeurt” denk ik elke keer weer dat ik een marathon heb gelopen. Liggend op de vloer probeer ik de handeling van de kapper na te doen om uiteindelijk met zweet op mijn rug te moeten constateren dat het toch echt een vak is, kapper. En dat je dat niet allemaal zelf moet willen doen. Het probleem moest dus bij de bron worden aangepakt!

De afgelopen maanden speelden we het bezoek aan de kapper elke week na met de handpoppen. Ik werd er eerlijk gezegd een beetje simpel van. Helaas leek het er ook nog eens niet op dat jongste open zou staan voor een kappersbezoek, hoe leuk het poppenspel voor hem ook verliep. De angst voor haren knippen en voor het risico dat de kapper in zijn nek of oren zou knippen was levensgroot.

Gelukkig helpen ze jongste ook op school om stappen te zetten in zijn ontwikkeling. En zo kwam het dat er vorige week plotseling een “kapperdoorbraak” was. Jongste had, toen hij bepaalde gevoelens met zijn begeleidster besprak, van het ene op het andere moment gezegd dat hij graag een metamorfose wilde van zijn haren. En dat hij dus naar de kapper wilde. Dat liet ik me dus geen 2 keer zeggen!

Afgelopen week was het dan zover, jongste ging naar de kapper. Alleen manlief mocht mee want die kwam in de ogen van jongste altijd weer terug van de kapper met alles er nog op en eraan (behalve zijn haar). Ik zat de tijd thuis uit te zitten in spanning want het was natuurlijk niet zeker of het zou lukken. Na 3 kwartier waren ze weer thuis.  Meneertje triomfantelijk geheel gekapt en gesteven zoals dat bij een echte kapper gebeurd. Geen standaard bloempotkapseltje maar een echt kapsel. We hadden weer een horde in de wereld van de angsten genomen. Dat hebben we toch maar weer gefixed met zijn allen!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s